Waarom leerkrachten eigenlijk zelden boos zijn

Toen ik nog maar net voor de klas stond, was ik regelmatig boos. Ik liet het lang niet altijd merken, maar van binnen kookte ik af en toe flink van woede. Tenminste, dat dacht ik… Later ging ik wat nauwkeuriger nadenken over de emoties die ik voelde en kwam ik erachter dat ik meestal niet boos was, maar gefrustreerd. Dat lijkt misschien een flauw spelletje met woorden, maar het is een onderscheid dat belangrijk is om te maken.

Woede en frustratie, zelfde gevoel, verschillende oorzaken

Er is namelijk een groot verschil tussen frustratie en woede. Ze voelen min of meer hetzelfde, maar de oorzaak ervan is heel verschillend. Woede is namelijk een reactie op onze grenzen die worden overschreden. We worden boos als we in onze integriteit of waardigheid worden aangetast. Als we worden aangevallen. Het is een verdedigingsreactie tegen een aanslag op ons welzijn.

Frustratie is iets anders. Frustratie ontstaat als we geblokkeerd worden in het bereiken van onze doelen. Als er iets in de weg zit van onze wensen of als we niet in onze behoeften kunnen voorzien.

Waarom is dit verschil zo belangrijk?

Als we aangevallen worden, dan mogen wij onszelf verdedigen. We mogen proberen de aanvaller uit te schakelen. Onschadelijk te maken. Een zekere mate van agressie – verbaal of fysiek – is gerechtvaardigd als een ander het op ons gemunt heeft. We kunnen op dat moment niet heel empathisch te zijn. We moeten in eerste instantie voor onszelf zorgen. Dat is de associatie die we bij woede hebben.

Daarom dan voelen we ons daardoor vrijwel automatisch in ons recht staan om een ‘tegenaanval’ te doen als we geloven dat we boos zijn. We schorten ons empathisch vermogen tijdelijk op om de veronderstelde aanval te neutraliseren. En daarmee gaan we gemakkelijk voorbij aan de behoeftes van de klas of het kind en verzaken we onze verantwoordelijkheid om in de behoefte aan veiligheid en acceptatie te voorzien.

Het wordt een heel ander verhaal zodra we beseffen dat we gefrustreerd zijn. Dan is er namelijk helemaal geen noodzaak tot zelfverdediging. Frustratie is veel minder acuut en dwingend dan woede. We kunnen met een beetje bewustzijn en oefening leren oplossingen te verzinnen waarbij we zowel empathisch kunnen blijven als in onze eigen behoeften kunnen voorzien. We hoeven dan niet uit te halen en beschadigen de vertrouwensband met en het zelfbeeld van kinderen dan ook niet.

Kinderen vallen je vrijwel nooit aan

Mijn eigen vermeende boosheid – die dus eigenlijk frustratie was – was een gevolg van mijn doel/wens om controle te hebben over de groep. Ik was doodsbang voor onrust en chaos. Ik was bang om mijn leiderschap te verliezen en om scheve blikken van collega’s te krijgen. En om mijn wens controle te hebben werkelijkheid te maken was ik – blijkbaar! – van tijd tot tijd bereid voor de aanval te kiezen als kinderen niet ‘meewerkten’. Mijn eigen rotsvaste overtuigingen over het belang van empathie en zachtheid ten spijt.

Toen ik er beter over na ging denken, besefte ik dat kinderen eigenlijk zelden de intentie (of zelfs maar de mogelijkheid) hebben om je aan te vallen. Als ze ‘vervelend’ gedrag vertonen, dan is dat vaak een onhandige poging om iets voor zichzelf voor elkaar te krijgen. Misschien willen ze aandacht. Misschien willen ze meer autonomie. Misschien willen ze aanzien bij hun klasgenoten. Maar van een aanval op jou als leerkracht is meestal geen sprake. En boosheid is dan dus ook zelden de gepaste emotie.

Pas toen ik besefte dat ik niet boos maar gefrustreerd was, was ik in staat veranderingen aan te brengen. Ik kon situaties met veel minder stress bekijken en er daardoor veel pragmatischer en evenwichtiger mee omgaan. Veel meer in lijn met mijn waarden. Daarom is het belangrijk het verschil te snappen tussen frustratie en woede.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *