Waarom hooggevoelige kinderen makkelijker angstig worden

Volgens sommige bronnen heeft één op de vijf mensen een zenuwstelsel dat een stuk gevoeliger staat afgesteld dan gemiddeld. Dit verschijnsel wordt hooggevoeligheid of hoogsensitiviteit genoemd. En als de cijfers kloppen dan zitten er in elke klas zo’n vijf à zes kinderen met deze eigenschap.

Als je op de hoogte bent van het fenomeen hooggevoeligheid en je hebt er een beetje oog voor, dan kun je deze kinderen er vaak wel uitpikken. Deze kinderen lijken net even kwetsbaarder of angstiger dan andere kinderen. Maar dat zíjn ze in werkelijkheid niet. Of eigenlijk ook weer wel, maar dat hoeft geen probleem te zijn. Een beetje verwarrend, maar hopelijk wordt dat in de loop van dit artikel duidelijker.

Hooggevoelige kinderen kunnen namelijk wel gemakkelijker angstig worden. Angstigheid voorkomen of ‘genezen’ is erg belangrijk voor een gezonde ontwikkeling. Angst kan grote invloed hebben op iemands levenspad. Als je een kind kunt helpen om minder angstig te worden, dan lever je een enorme bijdrage aan zijn of haar leven.

Onze hersenen zijn programmeerbaar

Om te begrijpen waarom hooggevoelige kinderen gemakkelijker angstig kunnen worden, moeten we eerst een klein beetje begrijpen hoe onze hersenen werken. En dan met name de rol die onze amygdala’s spelen.

De amygdala’s zijn twee amandelvormige hersenstructuren die onze angst regelen. Ze registreren namelijk de situaties en omstandigheden die angst (en andere emoties) veroorzaakten bij ons. Elke keer als we in de toekomst soortgelijke situaties meemaken herkennen ze deze als ‘enge situatie’ en geven ze het signaal ‘OH JEE! Dit zou weleens mis kunnen gaan!’ af.

Als wij op onze beurt ons gedrag op dit waarschuwingssignaal afstemmen , dan vertellen we onze amygdala’s dat hun angstsignaal terecht was. Dit motiveert ze om de volgende keer nóg sterker te reageren op een soortgelijke situatie. Een voorbeeld om het duidelijker te maken:

Stel je voor dat je een grote, gevaarlijk uitziende hond ziet. Je amygdala’s zeggen: ‘Oei, oppassen’. Oftewel, je voelt een beetje angst. Als je daardoor van de hond wegloopt om je achter een boom te verstoppen dan zeg je met je gedrag tegen je amandelvormige hersenonderdelen dat honden serieus gevaarlijk zijn. Waarom zou je je er anders voor verstoppen?

Je amygdala’s onthouden je reactie op de hond en zijn erop gebrand om je de volgende keer dat je een hond tegenkomt extra goed te waarschuwen. Ze geven dan niet meer het signaal ‘een beetje bang’, maar ‘behoorlijk bang’. Als je je dan nog beter verstopt dan de vorige keer, omdat je meer angst voelt, dan programmeer je je amygdala’s om de eerstvolgende keer het signaal ‘PANIEK’ te geven. Enzovoorts.

Dit is natuurlijk een beetje een simpel voorbeeld, maar het is wel in essentie hoe onze hersenen leren om angstig te worden. De amygdala’s zijn bijna als een spier te trainen. Hoe vaker je oefent in bang zijn, hoe sterker de angstgevoelens worden. Dit geldt voor iedereen. Hooggevoelig of niet. Maar als je hooggevoelig bent, is dit systeem nog gemakkelijker te trainen.

Hooggevoelige kinderen zijn… gevoeliger

Hooggevoelige kinderen voelen namelijk subtielere signalen. Ook die van zichzelf. Dat is immers hun talent. Ze zijn zich dus bewuster van hun angstgevoelens. Anders gezegd, er is minder angst nodig om hen ervan bewust te maken dat ze zich bang voelen. Ook pikken ze gemakkelijker subtiele afwijzende signalen uit hun omgeving op. En voelen deze signalen bovendien sterker. Ze doen meer pijn.

Omdat ze zich van meer van hun eigen angstgevoelens en van afwijzende signalen van buitenaf bewust zijn zullen ze eerder hun gedrag erop afstemmen. Maar daarmee trainen ze hun amygdala’s ook harder. En daarmee zijn ze dus vatbaarder om angstig te worden. Ze ‘bodybuilden’ hun amydala’s als het ware. Hooggevoelige kinderen zijn dus vaak Arnold Schwarzeneggers op amygdala-gebied.

Gelukkig zitten die neuronenklompjes niet heel ingewikkeld in elkaar en kun je ze bijna net zo gemakkelijk ook weer herprogrammeren. (Nou ja, het is iets lastiger om ze te ontspannen, omdat ze als taak hebben je veilig te houden. Daarom zijn ze geprogrammeerd om liever iets te vaak het signaal gevaar af te geven dan niet vaak genoeg. Dat laatste kan namelijk fataal zijn.) Maar herprogrammeren is te doen met de nodige alertheid en toewijding.

Herprogrammeren doe je met gedrag, niet met woorden

Dat herprogrammeren doe je met gedrag.  De amygdala’s zijn oude hersenstructuren en reageren vooral sterk op gedrag en nauwelijks op gedachten of woorden. Jezelf – of een kind – vertellen dat een hond niet eng is, werkt niet voor je amygdala’s. Taal is niet aan ze besteed. Ze laten zich niet overtuigen door woorden, maar door daden.

Om ze te herprogrammeren ben je dus op gedrag aangewezen. Geruststellend gedrag dat zegt: “Die hond is ok, hoor! Kijk maar, ik aai hem zonder dattie m’n arm er tot m’n schouder af scheurt!” Als je dat een aantal keren doet – het liefst inderdaad zonder dat die hond je arm eraf rukt, anders werkt het niet – dan zullen je amygdala’s voortaan een stuk relaxter zijn in de buurt van een hond.

Kinderen kunnen zelf nog niet of nauwelijks verzinnen welk gedrag helpt om minder bang te worden. Bij een kind moet je dit gedrag dus voordoen of duidelijke instructies geven voor ‘herprogrammeergedrag’. En dan het liefst klein en simpel beginnen. Want dan is de kans op succeservaringen het grootst. Van succeservaringen moet je het hebben. Dat is waar de amygdala’s van leren. Elke keer als een ‘enge’ situatie gewoon goed afloopt, worden de amygdala’s minder alert voor soortgelijke situaties. En als een situatie zelfs plezier oplevert (doordat de geaaide hond lief gaat spelen) dan gaat het helemaal snel.

Je kunt dit proces nog meer versterken door het kind bewust te maken van de succeservaring. Niet met een compliment (‘wat knap van je’) maar met positieve feedback (‘kijk, net durfde je het nog niet, en nu heb je het toch gedaan en het ging helemaal goed’). Hiermee programmeer je ook de andere delen van zijn hersenen om minder bang te worden en maak je het kind bewust van zijn of haar potentie om te groeien. En dat is natuurlijk van groot belang in het  onderwijs.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *