Mijn kind heeft driftbuien

(Dit artikel is een oud artikel dat van FLØX is verhuisd naar hier. FLØX was gericht op ouders en niet op scholen.)

Van een stampvoetende, krijsende, met spullen gooiende peuter word je niet blij. Vooral niet als het bijvoorbeeld in de supermarkt gebeurt. Toch zijn driftbuien een heel normaal en begrijpelijk verschijnsel in een bepaalde periode van de ontwikkeling van een kind.

Een baby is nog hulpeloos en afhankelijk en heeft eenvoudige behoeften: eten, slapen, warm gehouden worden en liefde krijgen. Dat is het wel zo’n beetje. Veel meer wil en kan een baby niet. Zijn ouders zorgen voor hem en omdat hij nog niet in staat is om voor al te veel problemen te zorgen met zijn gedrag, hoeven zijn ouders hem nauwelijks te beperken. ‘Op te voeden’.

Meer wíllen is niet meteen meer kúnnen

Hoe anders wordt dat als een kind ouder wordt. Zijn mogelijkheden nemen enorm toe. Hij kan lopen of kruipen, een beetje praten, zelf dingen pakken en hij wil meer dan alleen verzorgd worden. Hij wil de wereld ontdekken. Invloed uitoefenen op zijn omgeving en op zichzelf. Maar omdat hij nog erg onhandig en klein is, is lang niet alles wat hij doet of wil verstandig. Dus gaan zijn ouders hem in van alles beperken. En in gevallen dat hij wel mag doen wat hij wil, schieten zijn vaardigheden regelmatig te kort om uit te voeren wat hij in zijn hoofd heeft.

Je wilt als peuter dus van alles, maar een heleboel mag of lukt niet. En dat maak je allemaal voor het eerst mee. De peuterfase wordt daarom gekenmerkt door frustratie. En driftbuien en verzet tegen de mensen die je eerst verzorgden en vertroetelden en je nu opeens dingen verbieden en je dwingen horen daarbij. Driftbuien zijn de beste manier voor een jong kind om met frustratie om te gaan. Een moreel oordeel over dat gedrag, het afkeuren als iets slechts, is niet op zijn plaats.

Omgaan met driftbuien

Toch is dat wat veel ouders doen: met veel kracht optreden tegen driftbuien. Ze in de kiem smoren. Of juist volledig toegeven aan de wil van het kind om die vreselijke uitbarstingen te voorkomen. Beide opties zijn geen echte oplossing voor het probleem. In het geval van toegeven geef je het kind te weinig grenzen, wat voor angst en/of boosheid kan zorgen. Bovendien leer je je kind dat een hoop stampij maken helpt om zijn zin door te drijven.

Afleren veroorzaakt meer frustratie

Door driftbuien hardhandig de kop in te drukken leert een kind dat hij niet deugt als hij iets wil. Zijn driftbuien zijn immers een direct gevolg van zijn ‘willen’. Een kind kan die zaken nog niet scheiden. Daar bovenop zadel je je kind met een extra frustratie op. Door driftbuien af te kappen krijgt je kind de boodschap dat frustratie niet mag. De volgende keer dat hij gefrustreerd is zal hij dit gevoel proberen te onderdrukken. Wat uiteraard niet lukt, waardoor hij gefrustreerd raakt over het gefrustreerd zijn.

Moet een kind zich eigenlijk voorbeeldig gedragen?

Het is goed om te beseffen dat een peuter zich nog niet voorbeeldig hoeft te gedragen (en eigenlijk hoeft niemand dat). Als je kind zichzelf, anderen of waardevolle spullen geweld aan doet of in gevaar brengt, moet je natuurlijk ingrijpen, maar verder kun je veel beter begripvol en kalm zijn dan boos en veroordelend. Het kan helpen om je af te vragen waarom je eigenlijk zo boos wordt als je kind driftig is. Is het omdat je bang bent om de controle te verliezen over je kind? Zie je het al van kwaad tot erger worden? Ben je bang voor het oordeel van anderen, dat je geen goede ouder zou zijn? Is het omdat je gelooft dat je kind gehoorzaam moet zijn? Dit soort ideeën kunnen je stress geven en deze stress bepaalt of beïnvloedt je reacties.