Moet je een kind complimenten of feedback geven?

Veel mensen willen kinderen graag een positief zelfbeeld geven. En de manier om dat te doen is door veel complimenten te geven. Het kind zoveel mogelijk te prijzen. Maar een positief zelfbeeld is geen gezond zelfbeeld en in mijn ogen niet iets om na te streven. Complimenten geven als strategie – met een spontane uitroep van waardering is weinig mis! – is daarmee dus ook niet wenselijk.

Een compliment is een waardeoordeel

Een compliment is een waardeoordeel. Je spreekt ermee uit dat iets (positieve) waarde voor je heeft. Kinderen zijn heel erg gespitst op signalen die hen iets vertellen over de waarde die ze voor anderen hebben. Als ze niet genoeg waarde hebben voor de mensen van wie ze afhankelijk zijn, dan lopen ze immers gevaar.

Dit is de reden waarom complimenten vaak zo’n groot effect hebben op het gedrag van kinderen. Van waarde zijn – en hun gedrag daarop aanpassen – is van levensbelang voor ze. Maar deze positieve waardeoordelen brengen – net zoals negatieve oordelen of afwijzingen – een koppeling tot stand tussen hun zelfbeeld en hun gevoel voor eigenwaarde. En dat zorgt voor allerlei problemen.

Complimenten zijn voorwaardelijk bevatten een verborgen afwijzing

Daar komt ook nog eens bij dat een compliment zijn eigen tegendeel in zich heeft. Als je tegen een kind zegt: ‘Wat goed dat je hebt opgeruimd, ik ben heel blij met je!’, dan zeg je – impliciet – ook dat je niet blij met hem zou zijn als hij niet had opgeruimd. Afwijzing zit dus ingebakken in elk compliment dat gegeven wordt.

Complimenten zijn bovendien ook voorwaardelijk. Je kunt ze alleen uitdelen als een kind aan bepaalde voorwaarden voldoet. Je kunt niet ‘Wat goed van je’ in het algemeen roepen. (Het kan natuurlijk wel, maar je zult dan verward aangekeken worden.) En daarmee wordt de eigenwaarde van een kind – dat wordt immers gevormd door de waardeoordelen die over hem worden uitgesproken – ook voorwaardelijk.

Feedback is leerzaam en neutraal

Met feedback is het een heel ander verhaal. Een mens heeft feedback – in tegenstelling tot complimenten – nodig om te leren. Als je valt, dan krijg je feedback van je lichaam – pijn – dat jou vertelt dat de grond hard is. Zonder feedback – als het mogelijk zou zijn zonder enige feedback te leven – zou je in een soort nietszeggende bubbel leven. En feedback is – in tegenstelling tot een compliment – waardevrij. Het is neutraal of feitelijk.

Als een kind bijvoorbeeld de weg oversteekt, dan kan hij dat op een goede (juiste) of op een verkeerde manier doen. Goed uitkijken en pas lopen als het veilig is, is de goede manier. Als een kip zonder kop de straat oprennen is de verkeerde manier. Dat zijn gewoon feiten, waar niet echt over te discussiëren valt.

Als een kind op de goede manier oversteekt, kun je positieve feedback geven: “Dat heb je goed gedaan!” Eventueel met een uitleg waarom het goed was. Als een kind het verkeerd doet, kun je negatieve feedback geven – al dan niet met uitleg: “Dat heb je verkeerd aangepakt.” Hier kan een kind van leren om het volgende keer beter te doen. Als een kind erg hardleers is kunnen sancties – meer voelbare feedback – nodig zijn, maar een waardeoordeel – “Wat knap!” of “Wat stom!” is nooit nodig.

Feedback maakt een kind bewust van wat hij al kan en wat hij nog moet leren, zonder dat dit verstrengeld raakt met zijn gevoel voor eigenwaarde. Het stelt een kind dus veel meer in staat zich vrij te ontwikkelen, zonder de last van een positief zelfbeeld.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *